• De cavia
    • Cavia's zijn vriendelijke huisdieren. Je hebt verschillende soorten cavia's: kortharige, borstelharige, langharige enzovoort. Cavia's zijn groepsdieren en kunnen dus met meerdere dieren in een kooi worden gehouden.


      De cavia is een knaagdier dat oorspronkelijk uit het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte komt. Het vrouwtje noemt men een zeug en een mannetje een beer. Ze kunnen 4 tot 8 jaar oud worden. De cavia is wel een groepsdier, maar beertjes kunnen onderling wel eens gaan vechten. Cavia's maken geluiden die variëren van fluiten tot knorren.
      De huisvesting van de cavia
      Koop een kooi van minimaal 80 bij 60cm. De kooi moet minimaal 35cm hoog zijn. Op de bodem kunt u kiezen voor verschillende soorten bodembedekking. Zorg dat de cavia altijd hooi tot zijn beschikking heeft. Cavia's verstoppen zich daar ook graag onder. Ook kunt u ervoor kiezen een omgekeerde doos of houten kistje in de kooi te plaatsen. Hierin kan de cavia zich dan verstoppen. De ideale temperatuur voor een cavia is 20 graden Celsius. Zet de kooi nooit in de zon, want de dieren kunnen slecht tegen warmte. Zorg altijd voor voldoende vers drinkwater.
      Als u uw cavia in huis laat rondlopen let er dan op dat deze niet aan snoeren en draden gaat knagen. Cavia's zijn en blijven knaagdieren. Let er op dat cavia's nooit op de tocht staan, hier kunnen ze slecht tegen en zullen dan snel ziek worden.

      De voeding
      Cavia's hebben een gevarieerde maaltijd nodig. Dit zal bestaan uit groenvoer, ruwvoer (hooi) en caviavoer. Een cavia kan zelf geen vitamine C aanmaken en dit zal aangevuld moeten worden door middel van tabletjes. Het beste is om 1 maal daags 1 tabletje vitamine C (sinasappelsmaak) voor mensen (125mg vit.C per kilo cavia per dag) in de mond van de cavia te stoppen. Na een tijdje zal de cavia zelf het tabletje aanpakken.
      Als caviavoer kunt u het beste korrel geven. Zo kan de cavia niet alleen het lekkerste uit het voer eten zoals ze dat bij gemengd voer wel zullen doen. Groenvoer mag elke dag worden aangeboden. Dit kan in de vorm van andijvie, boerenkool, paardebloemblad of sinaasappel. Zorg ook dat de cavia altijd hooi tot zijn beschikking heeft.

      Voortplanting
      Een cavia is fokrijp op een leeftijd van 5 maanden. Ze zijn echter al vruchtbaar op een leeftijd van 35 dagen. De draagtijd is 65-70 dagen. De nestgrootte ligt meestal tussen de 1 en 6 jongen. De jongen zijn nestvlieders. Dit betekent dat als ze geboren worden als haar hebben en dat de oogjes en oortjes al open zijn. Toch blijven ze nog 3 tot 5 weken bij hun moeder om melk te drinken.Als de jongen vijf weken zijn moeten de beertjes en zeugjes worden gescheiden, om te voorkomen dar ze elkaar gaan dekken.

      Zeugjes zijn te herkennen aan de Y-vormige geslachtsopening. Bij het beertje is die rond. Door vlak voor de ronde geslachtsopening te drukken, wordt de penis zichtbaar.

                      
                                       Beer                                                                                                                   Zeug

      Ziektes
      Een zieke cavia kan een of meerdere van de hieronder beschreven ziektebeelden hebben. Een gezonde cavia eet 60-80 keer per dag. Als uw cavia ziek is, eet hij minder en slomer. U zult zien dat uw cavia vermagert. Een dier dat weinig eet, wordt erg snel ziek. Uw cavia heeft diepliggende ogen en zit stil in een hoekje, soms met de haren overeind. Het dier kan zijn bek en borst nat kwijlen of diarree hebben. Soms loopt hij moeilijk en heeft overal jeuk.

      Lange tanden en kiezen
      De tanden en kiezen van een cavia groeien hun hele leven lang door. Bij gezonde cavia's slijten ze op elkaar af en levert de groei geen problemen op. Er zijn diverse redenen te vinden waarom de tanden en kiezen soms niet glad afslijten. Te lange tanden en/of kiezen zorgen dan voor ontstekingen in de bek of voor problemen met eten. Dit probleem kan bij oude en jonge cavia's voorkomen. Het probleem kan alleen verholpen worden door een dierenarts.

      Te lange en kromme nagels:
      Controleer regelmatig of de nagels niet te lang zijn. Te lange en kromme nagels kunnen de voetzooltjes beschadigen. Als u het durft kunt u zelf de nagels van de cavia knippen. Let wel goed op of u niet in het leven knipt.

      ^

  • Cavia: Vitamine C
    • De belangrijkste vitamine voor cavia's is ascorbinezuur, beter bekend als vitamine C.
      Deze vitamine is noodzakelijk om gezond te blijven, een gebrek aan Vitamine C lijdt altijd tot ziekten of problemen. Mensen apen en cavia's kunnen Vitamine C niet zelf aanmaken en zijn afhankelijk van de minimale hoeveelheden Vitamine C in de voeding. Vaak kampen beginnende caviafokkers met Vitamine C problemen bij hun cavia's , dat is de oorzaak van de onjuiste of eenzijdige voeding, die zij hun cavia's geven. Wanneer uw cavia alleen gemengd konijnenvoer te eten krijgt, dan krijgt hij niet voldoende voedingstoffen binnen.
      Ook met speciaal voer loopt u dit risico, vooral als het bakje niet helemaal leeg gegeten wordt, omdat de cavia dan alleen eet wat hij lekker vindt. Het menu voor een cavia moet zeer afwisselend zijn. Laat een cavia daarom eerst zijn volledige portie opeten, voordat u nieuw voer verstrekt.

      ^

  • De hamster
    • De goudhamster
      Er bestaan verschillende soorten hamsters:
      • Syrische hamster of goudhamster
      • Chinese dwerghamster
      • Europese hamster (is geen huisdier)

      Ze komen voor in de kleuren: Wildkleur, wit, crème en bont.

      De hamster:
      • is een knaagdier, dat veel kapot kan bijten
      • is een schemer- of nachtdier, slaapt overdag (en heeft die rust dan ook nodig) en is 's avonds en 's morgens actief. Op deze tijden kan de verzorger zich met het diertje bezighouden
      • is een steppedier, een graver
      • is weinig verdraagzaam tegen soortgenoten: hamsters moeten apart gehouden worden
      • maakt geen geluid, maar kan piepen bij het vechten (van angst)
      • is "zindelijk", heeft een vast ontlastinghoekje in de kooi
      • heeft wangzakken voor voedselopslag en voedseltransport en een kort staartje van 1-2cm lengte
      • houdt een winterslaap, maar niet als de temperatuur boven de 10 °C blijft

      De hamster kan het beste in huis worden genomen op een leeftijd van 6 weken of ouder. Ze worden gemiddeld 1-3 jaar (max. 6 jaar) en de bonte hamster 1-2 jaar.
      Een volwassen vrouwtjes hamster weegt ongeveer 170gram en een mannetjes hamster ongeveer 150gram.
      Je kunt een hamster op verschillende manieren oppakken:
      • met de volle hand
      • in het ruime nekvel pakken
      • met 2 handen opscheppen
      • in een bekertje laten lopen

      Wat moet je niet doen:
      • de hamster van bovenaf pakken als hij slaapt. Hij kan dan bijten
      • de hamster op plaatsen laten lopen waar hij vanaf kan vallen
      • de hamster bij andere huisdieren, zoals de hond, kat en grote vogels laten lopen. Deze kunnen de hamster verwonden of zelfs doden
      • de hamster binnen los laten lopen. De hamster zal zich snel verstoppen en aan snoeren gaan knagen
      • de hamster buiten los laten lopen, Het is buiten te koud en te nat en de hamster zal zichzelf in gaan graven
      • de hamster overmatig knuffelen. Laat het dier is zijn waarde

      De huisvesting
      Een prima verblijf voor de hamster is een oud aquarium met een goed af te sluiten gaasdeksel of een horizontale traliekooi in een plastic bak (vogelkooi). Een ruime kooi is nodig om de actieve hamster te laten klimmen, graven en zich te verstoppen. Minimummaten 40x25 cm en ongeveer 25cm hoog. Een vrouwtje met jongen heeft meer ruimte nodig.

      Als bodembedekking kunt u het beste een dikke laag houtkrullen, turfmolm met houtsnippers, lappen, eventueel wat kattengrit. Liever geen watten, houtwol of zaagsel (dit kan verstopping geven) of zand in verband met de insleep van ziektekiem.

      Hamster zijn actieve dieren, zorg voor een laddertje, een looptrommel, een slaapkastje, een hoekje met houtkrullen om in te graven. Maak een ontlastingbakje met wat kattengrint.

      U kunt de kooi het beste 1 keer in de week goed schoonmaken. Het ontlastinghoekje dient dagelijks schoongemaakt te worden.
      De beste omgevingstemperatuur voor hamsters is 20 tot 27 °C. Plaats de kooi nooit in de volle zin.

      Voeding
      Het voer dat een hamster nodig heeft is hamstervoer. Deze voeders zijn in dierenwinkels te koop.
      Daarnaast kunt u de volgende voedselsoorten als versnapering of kleine aanvulling worden gegeven:
      • Groenvoer: gras, hooi, paardebloembladen (altijd vers en droog voeren)
      • Groenten en fruit: boerenkoolstronk, wortels, sla, appels, meloen, vers verstrekken, dus niet gekookt. Groenten en fruit altijd eerst wassen
      • Zaden: pinda's (ongezouten), zonnebloempitten, maïs
      • Zuivelproducten: af en toe wat melk, kwark en yoghurt
      • Vlees: af en toe wat rauw vlees, gehakt, meelwormen, kleine sprinkhanen en hondenbrokjes
      • Knaaghout: Bijvoorbeeld beukentakjes met blad, esdoorn- of wilgentakjes
      • Drinkwater: altijd vers drinkwater beschikbaar stellen. Afhankelijk van het voedsel wordt meer of minder water opgenomen. Het bakje moet van zwaar materiaal gemaakt zijn of een waterflesje met drinknippel. Hierin wordt het water minder snel vuil

      Voortplanting
      Het vrouwtje is met 28-31 dagen geslachtsrijp en het mannetje na 45 dagen. Dat wil zeggen dan de hamsters zich kunnen voortplanten.
      Fokrijp is het vrouwtje na 60 dagen. Dat wil zeggen dat ze gedekt mag worden.
      Het vrouwtje heeft iedere 4 dagen een vruchtbare periode het gehele jaar door, mits de temperatuur 19-21 °C blijft en er voldoende lang zonlicht is (11-13 uur). Dit kun je zien doordat het vrouwtje een gebogen rug heeft en het staartje in de lucht. Het dekken gebeurt 's nachts.
      De draagtijd van een hamster is 15-18 dagen (gemiddeld 16 dagen) en bij de Chinese dwerghamster 21 dagen. Hamsters die drachtig zijn of niet bouwen een nest. Geef een dragend vrouwtje ongeveer 14 dagen na de dekking strooisel voor ongeveer 5 dagen, zodat ze ongestoord haar nest kan maken.
      Er worden 5-10 (max. 15) jongen geboren. Ze worden kaal, blind en doof geboren. Na ongeveer 7 dagen krijgen ze een vacht en rond de 15e dag gaan de ogen open. Het geboortegewicht van de jongen is ongeveer 2 gram.
      Binnen 24 uur na het werpen kan de hamster alweer gedekt worden.
      Het vrouwtje heeft 16 tepels. De speenleeftijd (de leeftijd waarop de jongen bij de moeder weggehaald moeten worden) is 17-20 dagen. Tot uiterlijk 4 weken kan men de jongen bij de moeder laten, daarna wordt er gevochten.
      De fokperiode van een vrouwtje duurt ongeveer 1 jaar. De eerste week na het werpen mag de kooi niet schoongemaakt worden, anders worden ze versleept en kunnen in de wangzakken van het vrouwtje stikken of opgegeten worden, terwijl het vrouwtje het nest ook kan verlaten. Ververs het nestmateriaal pas als de jongen 3-4 weken oud zijn. Als u opnieuw jongen wenst, dan mag het mannetje weer bij het vrouwtje in de kooi en week nadat de jongen weg zijn.


      Het onderscheid tussen een mannetje en vrouwtje

      Het vrouwtje heeft een iets groter en ronder lichaam dan het mannetje en ook een afgerond lijfje. Het mannetje is slanker dan het vrouwtje en heeft een kleine uitstulping aan het achterlijf.

      Als de omgevingstemperatuur daalt onder de 15 °C, kan de hamster gedurende een korte periode een winterslaap doormaken.

      Een gezonde hamster:
      • moet bij het voorzichtig wakker maken snel actief zijn, het staartje omhoog steken en met de neus de omgeving verkennen
      • heeft schone, heldere, niet gesloten ogen
      • heeft een schone niet natte neus en bek
      • heeft tanden en nagels van normale lengte
      • heeft een vacht die glad, glanzend en aaneengesloten is (geen wonden, kale plekken of ongedierte)
      • beweegt zich op normale wijze voort

      ^

  • De gerbil
    • De gerbil wordt ook wel woestijnrat of springmuis genoemd.
      De gerbil is een vriendelijk, nieuwsgierig en schoon diertje. Ze komen in diverse kleuren voor zoals agouti of wildkleur.
      De gerbil is bij tijden overdag en 's nachts actief. Ze hebben een 6 tot 10 cm lang staartje. Pak een gerbil nooit aan het puntje van de staart vast, de huid zal loslaten en zal gehecht moeten worden.
      Gerbils kunnen zijn solitairen dieren. Als je volwassen dieren bij elkaar zet zullen ze gaan vechten. Jonge dieren die nog niet geslachtsrijp zijn kun je wel bij elkaar zetten, en ze kunnen dan ook bij elkaar blijven. De gerbil is een monogaam diertje. Ze zullen als paartje levenslang bij elkaar blijven.
      Ze hebben een grote talgklier bij de navel die een geelbruine smeer met muskusgeur produceert, Door met de buik over voorwerpen te schuiven laten ze hun geur achter en is het terrein afgebakend.

      Gerbils worden gemiddeld tussen de 2 en 4 jaar en het maximum is 8 jaar. De leeftijd dat ze kunnen worden aangeschaft is 3-3.5 week.
      Een volwassen dier weegt tussen de 60 en 100 gram.

      Hoe pak je een gerbil op?

      • je kunt het diertje in een hoek drijven en met 2 handen opscheppen
      • met 2 vingers gespreid over de nek en met de duim en de andere vinger het dier oppakken
      • het diertje bij de staartimplantatie oppakken en op de andere hand zetten
      • eventueel in het nekvel pakken (liever niet)

      Wat je niet mag doen bij een gerbil:
      • aan de staartpunt vastpakken, de huid kan loslaten
      • gerbil uit de kooi of uit de handen laten springen
      • gerbil op de rug leggen; het kan een soort toeval veroorzaken
      • gerbil van achteren om de rug pakken, het dier schrikt en kan bijten
      • gerbil buitenshuis houden, het is te koud en te vochtig

      Huisvesting van een gerbil
      De kooi kan het beste van kunststof zijn, liever geen hout of plastic in verband met knagen. De afmetingen moeten minimaal 70 x 35 cm zijn en de hoogt 15cm. De dieren zijn actief daarom wordt een grote kooi aangeraden, zodat ze makkelijk kunnen rond rennen e.d.
      Als bodembedekking kun je het beste houtkrullen nemen. Zorg dat deze laag minimaal 5cm dik is. Zo kan een gerbil graven en een holletje maken. Daar bovenop kun je hooi en stro leggen. De kooi dient 1 a 2 maal per week schoongemaakt te worden. Het is belangrijk dat de omgevingstemperatuur 18 a 24 graden is.

      De verzorging
      Controleer regelmatig de vacht op ongedierte, wonden en kale plekken. Houd ook de nagels en de tanden in de gaten.

      Voeding van de gerbil
      U kunt knaagdierenkorrels (bijv ratten- of muizenkorrels) zo vetarm mogelijk, hamsterkorrels of gemengd cavia- en konijnenvoer met zonnebloempitten gaan voeren.
      Gerbils lusten graag zonnebloempitten, maar deze zaden alleen zijn te eenzijdige voeding. Daarnaast mag als kleine aanvulling het volgende gegeven worden:
      • groenvoer (groenten, wortel, kool)
      • fruit (appels, sinasappel)
      • granen
      • hooi
      • noten (ongezouten)
      • wilgentakjes
      • stukjes mager vlees, kaas, ei
      • muggen, kevers, sprinkhanen en andere insecten.

      Bij het geven van groenvoer is het belangrijk dat het goed gewassen is en zo vers mogelijk. Zorg ervoor dat de gerbil de hele dag voedsel tot zijn beschikking heeft en vers water.

      De voortplanting
      Het vrouwtje is geslachtsrijp vanaf 3 maanden en kan dan gedekt worden. Mannetjes zijn al geslachtsrijp met 2,5-3 maanden, soms met 1,5-2 maanden.
      Het vrouwtje heeft iedere zes dagen een vruchtbare periode. Binnen 24-72 uur na het werpen kan het vrouwtje al opnieuw gedekt worden. De paring of dekking vindt vooral avonds plaats.
      De draagtijd is 24-26 dagen en er worden 1-12 jongen geworpen (gemiddeld 5). Indien minder dan 5 jongen worden geboren, wordt soms het nest door het vrouwtje verlaten. Dit gebeurt ook als onvoldoende bescherming in de kooi wordt gevonden of als er te weinig nestmateriaal is.
      De jongen worden kaal en blind geboren het gewicht is 2,5-3 gram. Vanaf dag 6 zijn er haren zichtbaar en na 10 dagen is de vacht volledig. De ogen gaan open tussen de 16e en 20e dag. Het vrouwtje heeft 4 tepels. De speenleeftijd dit is het tijdstip waarop de jongen bij de moeder vandaan kunnen is 3-3.5 weken.

      De fokperiode van het vrouwtje duurt 15-20 maanden, ze kan iedere 30-40 dagen een nest krijgen. Schijndracht komt voor.
      Bij een volwassen gerbil is de afstand tussen de anaal en geslachtsopening bij het mannetje ongeveer 1 cm, bij het vrouwtje ongeveer 0,5 cm Bij jonge dieren is de afstand kleiner, maar de verhouding in afstand gelijk. Bij de mannetjes zijn de teelballen niet altijd zichtbaar.
      Moederloze jongen zijn eventueel over te zetten bij een nest van bijna dezelfde leeftijd.
      Het zelf grootbrengen van pasgeboren gerbils is bijna onmogelijk.

      Een gezonde gerbil
      • is actief, nieuwsgierig, levendig, knaagt en graaft waarbij de snorharen voortdurend bewegen.
      • heeft schone, heldere, donkere en niet gesloten ogen.
      • heeft een schone (niet natte) neus en bek.
      • tanden en nagels van normale lengte
      • een vacht die glad en glanzend en aaneengesloten is (geen kale wonden, kale plekken of ongedierte).
      • beweegt zich op normale wijze voort.

      Algemene adviezen voor zieke dieren.
      Een ziek dier gaat zich verstoppen, zit in elkaar gedoken, rilt erg, erg lusteloos niet willen eten, een doffe vacht met uit elkaar staande haren hebben.
      Als u dit merkt:
      • geef het dier extra warmte d.m.v. een kruik of lamp boven de kooi.
      • Geef het dier rust, niet onnodig sturen of oppakken.
      • Bij niet eten lekkere hapjes voorzetten om het diertje weer op gang te helpen, bijv stukjes noot of geraspte appel of wortel.
      • Bij diarree stukjes beschuit, droog gekookte rijst, hooi, geroosterd wit brood.

      Wacht niet te lang met het inroepen van deskundige hulp indien blijkt dat uw behandeling onvoldoende is.

      ^

  • De fret
    • De fret is een roofdiertje dat afstamt van de Europese bunzing, en is familie van de wezel en de marter. Een fret is bewegelijk, nieuwsgierig en speels dier. Het heeft veel behoefte aan afleiding en ruimte om te rennen. De actieve periodes zijn kort, de fret slaapt tussendoor veel. Het dier is goed op te voeden, zodat hij kan leren waar hij zijn behoefte moet doen en dat hij niet mag bijten.

      Huisvesting

      Uw fret heeft een kooi nodig met voldoende ruimte om te slapen, eten en spelen. Het echte spelen en rennen doet hij echter buiten de kooi. Laat hem liefst minimaal een uur per dag uit de kooi, bij voorkeur op een vast tijdstip. De fret kan ook buiten gehouden worden, maar zorg ervoor dat de kooi dan niet in de zon staat. Fretten kunnen bij een temperatuur van 30 graden sterven.

      Gebruik geen hooi, stro of zaagsel op de bodem van het hok. Fretten zijn erg gevoelig voor stof en gaan hiervan niezen. Eventueel is kattenbakvulling een optie. Slapen doen ze het liefste in een holletje met wat doeken erin.

      Voeding

      Er bestaan speciale frettenbrokken, maar kittenbrokken zijn ook prima. Geef uw fret liever geen blikvoer, omdat dit minder goed is voor het gebit. Zorg er altijd voor dat er iets te eten in de kooi staat, de fret eet heel vaak kleine beetjes. Naast brokken lust hij ook graag wat fruit of groente als extraatje. Zorg altijd voor vers drinkwater.

      Voortplanting

      Een vrouwtjesfret is voor het eerst vruchtbaar in het voorjaar dat volgt op het jaar van haar geboorte. Haar loopsheid is goed te herkennen, de geslachtsopening zwelt dan zo op dat hij zo groot wordt als een koffieboon. Vrouwtjes kunnen, als ze tussentijds niet gedekt worden, wel zes maanden loops blijven. Deze langdurige hormoonproductie veroorzaakt een beenmergdepressie, waardoor ze ziek kunnen worden. Daarom is het belangrijk om te besluiten of het vrouwtje gebruikt gaat worden voor de fokkerij. Als dat niet gebeurt, is het beter om haar voor de eerste loopsheid te castreren. Besluit u wel met haar te fokken, dan zal ze ongeveer 42 dagen dragen.

      Gemiddeld krijgt ze 8 jongen per nest, maar het varieert nog wel eens van 2 – 17. De jongen blijven 8 weken bij de moeder drinken.

      Een mannetjesfret is sexueel actief van december tot juli. Hij krijgt dan een sterke lichaamsgeur en kan behoorlijk brutaal worden. Deze nadelen verdwijnen grotendeels na castratie. Een mannetjesfret kan al gecastreerd worden als hij 5 maanden oud is.

      Ziekte

      De nieuwsgierigheid, speelsheid en beweeglijkheid die de fret normaal kenmerken, zijn nu ver te zoeken. Hij eet niet meer of niet goed, hij braakt of heeft diarree en vermagert. Of de fret niet hoest, heeft kale plekken in zijn vacht of de achterkant van zijn lijf valt af en toe om. Het kan ook zijn dat zijn vacht, ogen, neus of oren niet goed schoon zijn. Dit zijn verschijnselen dat uw fret ziek is, raadpleeg uw dierenarts wat te doen.

      Gezondheidsproblemen

      Hoewel fretten 10 jaar oud kunnen worden, krijgen veel van hen gezondheidsproblemen als ze een jaar of 5 à 6 zijn. Met een goede medische behandeling is hier meestal wel wat aan te doen.

      Oormijt
      Fretten hebben bijna altijd oormijt. U herkent dit aan veel bruin, korrelig oorsmeer. De fret heeft soms jeuk aan de oren. Een oormijtinfectie kan op den leiden tot een gevaarlijke middenoorontsteking. Zorg dat u dat voorkomt en ga met uw fret naar de dierenarts voor een mijtdodende behandeling.

      Vlooien
      Een fret kan ook vlooien hebben. Ze zijn goed zichtbaar en veroorzaken veel jeuk. De vlooien zijn goed te behandelen met een antivlooienmiddel.

      Griep
      De fret kan griep krijgen van de mens en omgekeerd. De fret hoest en niest en heeft hoge koorts. De griep duurt 1 à 2 weken. Als uw huisdier verder gewoon blijft eten en drinken hoeft hij geen medicijnen te gebruiken.

      Hondenziekte
      Hondenziekte komt ook bij fretten voor. De ziekte is altijd dodelijk. Om te voorkomen dat de fret besmet wordt, laat u hem inenten als hij 9 en 14 weken oud is. Herhaal de enting daarna jaarlijks.

      Braken en diarree
      Als uw fret braakt is dat meestal het gevolg van het eten van een vreemd voorwerp dat in de maag is blijven steken (al kunnen haarballen ook wel eens de reden zijn) Soms leidt dit tot diarree. Braken en diarree kunnen snel leiden tot uitdroging. Wacht niet te lang af en ga met uw fret naar de dierenarts.

      Kale staart
      Een kale staart hoeft niet altijd te duiden op een gezondheidsprobleem. Het gebeurd wel vaker in de zomer en de herfst, maar de oorzaak is onbekend. Als niet alleen de staart kaal wordt, maar de kaalheid meerdere plekken van het lichaam treft, ga dan naar de dierenarts om te laten onderzoeken wat er aan de hand kan zijn.

      Wetenswaardigheden

      - Een fret kan samen met andere fretten gehuisvest worden. Ook met een hond of kat in huis gaat het meestal goed. Met een konijn, knaagdier of vogel echter beslist niet!

      - Als u een fret koopt, let er dan goed op dat hij ouder is als 8 weken. Tot die tijd leert hij nog veel van zijn moeder over sociaal gedrag. Veel fretten worden helaas te jong verkocht.

      - Fretten, vooral mannetjes hebben een sterke lichaamsgeur. Bij mannetjes verdwijnt de geur grotendeels na castratie.

      - In stressituaties kan de fret zijn anaalkieren leeg drukken, wat een enorme stank teweeg brengt.  Probeer daarom stress te voorkomen.

      - U kunt uw fret een identificatienummer geven door middel van een microchip. Uw dierenarts kan hiervoor zorgen.

      - Een fret die meegaat naar het buitenland moet minimaal 30 dagen voor de grensoverschrijding worden ingeënt tegen hondsdolheid.

      - In ons land zijn diverse fretten verenigingen actief. Het is leuk en zinvol om daar lid van te worden.

      ^

  • Zaagsel, schadelijk of niet?
    • Zaagsel kan schadelijke stoffen bevatten die het ongeschikt maken om het als bodembedekking voor knaagdieren en konijnen te gebruiken. Zaagsel wordt in Europa grotendeels gemaakt van naaldbomenhout dat vele giftige stoffen bevat, waaronder de kankerverwekkende aromatische koolwaterstoffen (fenolen) en abietinezuur.

      Zaagsel wordt al jaren gebruikt door eigenaren van knaagdieren en konijnen als bodembedekking. Het is goedkoop, het ruikt vaak lekker en heeft natuurlijke insectenwerende en desinfecterende eigenschappen. Een natuurlijk product betekent niet altijd en veilig product. De toxische stoffen in de houtkrullen zijn schadelijk voor de gezondheid van het knaagdier en konijn. En dat zou ook nog het geval kunnen zijn voor paarden.

      Een van de meest schadelijke stoffen in het zaagsel is abietinezuur, wat in bijna alle naaldbomen in wisselende hoeveelheid voorkomt.

      Diverse typen zaagsel (houtsnippers, houtkrullen) zijn in Wageningen onderzocht op de concentratie van abietinezuur en de resultaten waren opvallend ten ongunste van dit materiaal als strooisel voor deze dieren. Al het onderzochte zaagsel was afkomstig van naaldbomen, sparren en dennen en bevatte wisselende, maar substantiële concentraties van het abietinezuur. Deze schadelijke stof geeft kans op levenfunctiestoornissen en levenziekten, klachten aan de luchtwegen (pneumonie) en vergroot de kans op kanker voor konijnen en knaagdieren die op zaagsel leven. Voor paarden is nader onderzoek nodig naar de schadelijkheid van zaagsel door eten en door inademen van houtdeeltjes van dennen en sparren.

      Het intensieve contact van knaagdieren en konijnen met hun bodembedekking zou tot grote gevolgen voor hun gezondheid en welzijn kunnen leiden. Waarschijnlijk komen kleine zaagseldeeltjes als stof in de luchtwegen en beschadigen daar het epitheel en via deze weg komen de toxische stoffen ook in de bloedcirculatie. Verder zal opname kunnen plaatsvinden door het eten van zaagsel, waardoor abietinezuur rechtstreeks de lever belast door opname van wisselende hoeveelheden ervan door de darm

      Bij ratten geven de fenolen een reactie op die op een allergie lijkt.
      Ratten worden ziek en kunnen zelfs in korte tijd sterven.
      Eigenlijk is het geen allergie maar een vergiftiging.

      Zaagsel (houtkrullen, houtsnippers, houtmot) wordt nog steeds in grote hoeveelheden gebruikt door particulieren en de ‘gewone consument’ die konijnen en knaagdieren hebben als huisdier. Dit komt waarschijnlijk omdat het niet bekend is bij mensen dat in zaagsel schadelijke stoffen zitten en dat dit zeer schadelijk kan zijn voor hun konijn of knaagdier. Mensen die wel op de hoogte zijn van de schadelijkheid, kiezen er vaak toch voor om zaagsel als bodembedekking te houden, omdat het goedkoop is vergeleken bij alternatieven, het in grote mate te verkrijgen is en omdat het gewenning is.

      Bodembedekkers die wel goed zijn:

      - kattenbakkorrels (stofvrij)
      - papiersnippers (liefst onbedrukt)
      - katoenproducten
      - gemalen maïskernen
      - zaagsel van andere houtsoorten zoals populieren
      - geperste pellets van houtvezel (loofbomen)
      - papierstroken (liefst zonder inkt)

      Conclusie:

      Zaagsel van naaldbomen is absoluut niet geschikt als bodembedekking voor konijnen en knaagdieren. De gezondheidrisico’s zijn onaanvaardbaar hoog. De kans op ziekte bij dieren die op zaagsel leven is erg hoog.

      ^

  • Instructie dwangvoeren
    • Konijnen en cavia’s kunnen op verschillende redenen niet eten. Denk aan gebitsproblemen, pijn na operatie.

      Als gevolg van niet eten gaan de darmen stil liggen en wordt het dier steeds zieker. Als het dier niet zelf wil eten dan moet het dier worden gedwangvoerd.

      Wat kunt u gebruiken om te dwangvoeren?:
      - Vezelpoeder, gemengd met water
      - Olvarit baby voeding pure worteltjes of fruithapje (geen vlees of aardappelproducten)
      - Geweekte pellets/korrelvoer (weken in water)
      - Juvenile papegaaien opfokvoer (verkrijgbaar bij de dierenarts)
      - Nutrilon soya babyvoeding gemengd met water (geen melkvoeding geven)

      Met een spuitje kan de voeding in de bek gegeven worden. Let op dat het dier de voeding doorslikt. Geef kleine beetjes tegelijk, verdeeld over 6-8 keer per dag. Indien nodig kan water ook op deze manier gegeven worden, om uitdroging te voorkomen. Bied daarnaast groenvoer en wortel aan zodat het dier ook zelf kan gaan eten. Verstandig is om het aantal blaadjes op schijfjes te tellen zodat u weet of het dier zelf heeft gegeten.

      Het dier moet zoveel binnenkrijgen dat het niet afvalt. Elke dag wegen is daarom zeer sterk aan te raden. Een richtlijn voor de hoeveelheid dwangvoeding is: 20ml per kilo lichaamsgewicht.

      Het belangrijkste voedingsbestanddeel voor cavia’s en konijnen is hooi. Hooi bevat vezels die belangrijk zijn voor een goede darmwerking en bacterieflora. Daarom moet hooi altijd onbeperkt beschikbaar zijn. Indien het dier het hooi niet wil eten, probeer dan eens kruidenhooi, hooi stomen (geur wordt hierdoor sterker) of worteltjes/peterselie/boerenkool te raspen door het hooi. Als het dier zelf weer krachtvoer eet, geef dan uitsluitend de korrelvoeding, geen gemengd voer en niet meer dan 20 gram per kilo lichaamsgewicht per dag.

      ^

Adres:
Zunabrink 202
7544 DV Enschede
T: 053-4780520
E: info@dierenarts-enschede.nl

Onze praktijk ligt centraal in Enschede-Zuid
met volop parkeergelegenheid.
Routeplanner