• Blaasgruis
    • Wat is blaasgruis?
      Blaasgruis ontstaat als zouten in de urine uitkristalliseren Blaasgruis bestaat dus uit kristallen. Deze kristallen kunnen samen klonteren tot kleine blaassteentjes zo groot als zandkorreltjesen stenen zo groot als kiezels. Echte stenen worden in een blaas van de kat zelden gevormd.

      Komt blaasgruis alleen bij katers voor?
      Blaasgruis komt zowel bij katers als bij poezen voor. Vroeger dacht men dat blaasgruis alleen bij gecastreerde katers voorkwam, dit blijkt een fabeltje te zijn. Wel of niet gecastreerd zijn heeft geen enkele invloed op het wel of niet last krijgen van blaasgruis. Doordat poezen een korte en wijde plasbuis hebben kunnen ze blaasgruis meestal goed uit plassen. Daarom zien we minder poezen met blaasobstructie problemen. Katers hebben een lange plasbuis die vlak voor de penis vernauwd is. Hierdoor zien we regelmatig katers met (ernstige) problemen.

      De meest voorkomende verschijnselen bij blaasstenen -of gruis zijn:

      • bloed in de urine
      • vaak en kleine beetjes plassen
      • pijn en persen bij het plassen (niet te verwarren met persen op de ontlasting)

      Welke soorten blaasgruis zijn er?
      De twee meest voorkomende soorten zijn: Struviet en Calciumoxolaat. Andere stenen, zoals cystine en uraat, komen minder vaak voor. Om welke vorm van blaasgruis het gaat kan worden vastgesteld door microscopisch onderzoek.
      • Struviet wordt met name gezien bij jonge katten. Struviet bestaat uit: magnesium, ammonium en fosfaat.
      • Calciumoxolaat komt meer voor bij oudere katten

      Wat is de oorzaak van blaasgruis?
      De exacte oorzaak is nog niet bekend. Er zijn wel een aantal oorzaken die de kans op het krijgen van blaasgruis kunnen vergroten:
      • Zuurgraad (pH) van urine: struviet ontstaat in een urine met een hoge pH.
      • Activiteit: luie katten hebben meer kans op blaasgruis.
      • Geslacht: doordat katers een nauwere en langere plasbuis hebben kan blaasgruis gemakkelijker vastlopen dan bij poezen.
      • Gewicht: blaasgruis komt vaker voor bij dikke katten.
      • Leeftijd: tussen het eerste en tweede levensjaar zien we de meeste klachten optreden.
      • Aantal keren urineren per etmaal: katten die vaak plassen hebben minder kans op blaasgruis (de zouten hebben minder tijd om zich te kristalliseren.
      • Drinken: katten die weinig drinken hebben een geconcentreerde urine. In deze urine kunnen zich makkelijker kristallen vormen.
      • Voeding: voeding bevat noodzakelijke zouten (mineralen). Als er teveel zouten aanwezig zijn in de voeding bestaat er een verhoogde kans op het krijgen van blaasgruis.
      • Stofwisselingsziekte: als er door de nieren veel ammoniak wordt uitgescheiden (bijv. bij leveraandoeningen) kunnen uraatstenen makkelijker worden gevormd.

      Wat is de behandeling van blaasgruis?
      Wanneer een kater verstopt zit wordt deze opgeheven met speciale katheter. Als hiermee de verstopping niet kan worden opgeheven wordt er chirurgisch ingegrepen. Deze operatie wordt een penisamputatie genoemd. Zowel bij verstopping als bij het vermoeden van blaasgruis vindt altijd een urine-onderzoek plaats. Als de verstopping is opgeheven krijgt de kat speciale voeding. Deze voeding moet levenslang gegeven worden en is alleen verkrijgbaar bij dierenartsen.
      Wat kunt u zelf doen om te voorkomen dan uw kat last krijgt van blaasgruis?
      • Zorg altijd voor een schone kattenbak
      • Zorg ervoor dat uw kat niet dik wordt
      • Geef uw kat geen vers hart (het hart bevat veel magnesiumzouten wat de kans op struviet verhoogt)
      • Zorg dat er altijd voldoende en vers drinkwater beschikbaar is
      • Geef een goede kwaliteit voeding

      ^

  • Wanneer kittens scheiden van hun moeder?
    • Kittens

      ^

  • Regels voor onzindelijke katten
      • Houd de kattenbak schoon
      • Koop een kattenbak die minstens een half keer zo groot is als de kat (gemeten van neus tot staartbasis)
      • Koop een open kattenbak, dat wil zeggen een zonder deksel
      • Zet de kattenbak niet op een lawaaierige, tochtige of vieze plaats
      • Dim het licht gedurende de nacht
      • Is de kat nog jong of al ouder zorg dan voor een lage opstap op de kattenbak
      • Als de kat niet graaft in de kattenbak en de kattenbak onder de ontlasting zit, plaats dat meerdere kattenbakken met verschillende vullingen in verschillende ruimtes zodat de kat kan kiezen en let er dan op welke kattenbak het meest gebruikt wordt.
      • Zijn er meerdere katten in huis plaats dan voor elke kat een kattenbak.
      • Plaats de kattenbak in verschillende richtingen
      • Heeft u een langharige kat, trim het haar bij de anus dan kort
      • Heeft uw kat een slechte ervaring met de kattenbak, vraag uw dierenarts wat u hier aan kunt doen.

      ^

  • Sproeien
    • Wat is het verschil tussen sproeien en plassen?

      • Bij het sproeien gaat de kat naast een verticaal oppervlak staan, buigt zijn rug lichtjes, trilt met zijn staart en sproeit dan een klein beetje urine. Zowel poezen als katers sproeien. De urine die katers sproeien heeft een indringende geur.
      • Bij het plassen gaat de kat altijd in zithouding zitten

      Waarom sproeit een kat?
      De kat sproeit om zijn aanwezigheid kenbaar te maken.
      Redenen waarom een kat sproeit:
      • de poes of kater is in de puberteit
      • de kater ruikt een krolse poes
      • stress door bijvoorbeeld een verhuizing, nieuw meubilair, een nieuwe huisgenoot of een oorzaak buitenshuis (bijvoorbeeld een nieuwe kater in de omgeving).

      Wat is er aan te doen?
      Maak de plekken goed schoon met groene zeep en water. Andere schoonmaakmiddelen laten geurtjes achter wat weer aanleiding geeft om er weer te gaan sproeien. Dus niet met chloor of bleekmiddel, de kat is er gek op en gaat dus meer sproeien.

      Er is helaas geen pasklare oplossing om het sproeien te stoppen. Methodes die u zou kunnen proberen:
      • oorzaak van stress wegnemen
      • kater castreren
      • wanneer er slechts op een plek wordt gesproeid, moet u deze plek schoonmaken en afdekken met aluminiumfolie. Deze behandeling kan succesvol zijn als de kat net begonnen is met sproeien
      • u kunt er voor kiezen om verdampers in huis te nemen. Deze verdampers bevatten feromonen. Dit is een vertrouwelijke geur voor de kat die zijn moeder ook bij zich draagt. De kat kan hier rustig van worden. De kat ruikt deze wel de mens niet.

      Heeft u nog vragen neem dan gerust contact met ons op.

      ^

  • Gedragsproblemen
    • Mogelijke oplossingen om het sproeien op te laten houden:

      • verwijder gordijnen die volledig tot op de grond hangen, eventueel kunt u ze ook tijdelijk oprollen
      • plak lage ruiten af met ondoorzichtige folie. Lamellen zijn zinloos, want de kat duwt deze opzij
      • zorg voor hoge uitkijkplaatsen in huis
      • gebruik feliway verdampers, deze verspreiden kattenferomonen
      • spray feliway op nieuwe voorwerpen in huis
      • reinig de sproeiplaats met een 10% biologische oplossing (bijvoorbeeld Urine-off, bij ons verkrijgbaar). Gebruik nooit chloor of bleekmiddel, katten gaan juist op die plekken sproeien
      • plaats de kattenbakken op een veilige plek (altijd een kattebak meer dan het aantal katten)
      • verhoog het aantal “bronnen” in huis (rustplaatsen, voerbakjes, krabpalen)
      • bevestig een kattenluik met identificatiesysteem
      • plaats nieuwe voerbakjes op de oude sproeiplaatsen

      Mogelijke oplossingen om agressie tussen katten in een huishouden te voorkomen:
      • als het gaat om omgerichte agressie; herintroduceer de kat dan na een periode van scheiding met behulp van elkaars vertrouwde geur (zet de geur van de katten op elkaar en de meubels in huis af). Laat dekatten eerst alleen in elkaars gezichtsveld komen en dan pas echt met elkaar in contact komen
      • plaats meer voerbakjes, kattenbakken, rustplaatsen en drinkplaatsen verspreid in huis
      • vermijd het tegelijkertijd aandacht geven of aaien van twee katten. Dit veroorzaakt een verstoring van het evenwicht tussen de katten, zeker als de katten onderling een verstandhouding hebben over wie de eigenaar het eerst benadert
      • kom nooit tussen twee vechtende katten, tenzij met een kussen of deken als het gevecht uit de hand dreigt te lopen
      • plaats feliway verdampers (deze verspreiden kattenferomonen), minimaal twee uur voordat de katten de ruimte binnenkomen

      Agressie naar mensen:
      • laat lichamelijk onderzoek door de dierenarts verrichten om medische aandoeningen uit te sluiten
      • vermijd contact met de kat, tot er gesproken is met een kattengedragsdeskundige
      • benader de kat niet, maak geen direct oogcontact en praat niet met de kat
      • bescherm arm en benen
      • houd de kat 's nachts buiten de slaapkamer (om onverwachte aanvallen te voorkomen)

      Bij overmatig poetsgedrag, uittrekken van eigen vacht of automutilatie:
      • laat lichamelijk onderzoek door de dierenarts verrichten
      • dermatologisch onderzoek, eventueel verwijzing
      • goede vlooienbestrijding, zowel lokaal als de omgeving
      • een huisbezoek afleggen om de situatie zelf te bekijken en mogelijke stressfactoren te identificeren
      • wanneer een medische oorzaak is uitgesloten, moet contact gezogd worden naar een gedragsdeskundige

      Het opeten van niet eetbare en mogelijk gevaarlijke materialen:
      • onderzoek door de dierenarts als gevaar bestaat op verstopping
      • verwijderen van alle materialen die gegeten worden
      • omgevingsverrijking
      • verandering naar dieet met hoger vezelgehalte
      • zoek contact met een gedragsdeskundige

      Nachtelijke onrust:
      • laat het dier onderzoeken door de dierenarts (bloedonderzoek)
      • sluit de kat 's nachts op in één ruimte, als dat mogelijk is
      • zorg voor water, een rustplek, speeltjes en feliway verdamper
      • negeer het gedrag
      • zorg voor extra stimulatie overdag (zowel mentaal als fysiek)
      • zoek eventueel contact met een gedragsdeskundige

      ^

  • Castratie bij de kater
    • Er zijn diverse redenen om een kater de laten castreren:

      • een kater sproeit in huis: door te sproeien markeren ze hun territorium met urine. Het sproeien gebeurt vaak in een typische houding. Ze houden de staart omhoog en plassen dan recht naar achteren of zelfs iets omhoog . De urine van ongecastreerde katers ruikt heel sterk en de geur is moeilijk weg te krijgen.
      • Ongecastreerde katers zijn vaker langer op pad en gaan ook verder van huis. Dit doen ze om hun territorium te beschermen tegen andere katers en om krolse poezen op te zoeken.
      • een kater vecht met andere katers, vanwege hun territorium. Daardoor is er een groter risico op wonden en abcessen. Ook levensbedreigende virusinfecties (FIV, kattenaids) kunnen via vechtcontact opgelopen worden.

      De leeftijd vanaf wanneer we katers castreren is 7 tot 8 maanden. Als katers eerder beginnen met sproeien kunnen we in principe eerder castreren.

      ^

  • Sterilisatie
    • Poezen worden krols op een leeftijd van 6 maanden. De krolsheid wordt beïnvloed door de daglichtduur. Hierdoor kan er een seizoenseffect optreden: uitstel van krolsheid tot het voorjaar, of vaker krols zijn in het voorjaar en zomer. In huis levende katten hebben minder invloed van dit seizoenseffect en kunnen het hele jaar door krols worden.

      De verschijnselen van krolsheid variëren nogal. Soms wordt alleen aanhankelijk gedrag opgemerkt, zoals veel en luid miauwen en over de vloer rollen. Uitvloeiing bij de poes wordt meestal niet opgemerkt. De krolsheid duurt ongeveer 8 dagen. Na 2-3 weken kan de poes alweer krols worden.
      Redenen om een poes te laten steriliseren kunnen zijn:

      • het ongemak tijdens de krolsheid door gedragsveranderingen.
      • een ongewenste dekking wanneer de poes buiten komt.
      • het voorkomen van een kattenoverschot
      • een vermindering van het risico op melkkliertumoren.

      Net als bij de hond wordt de poes niet gesteriliseerd maar gecastreerd. Alleen de eierstokken worden verwijderd. Poezen zitten meestal niet aan de wond. Mocht dit wel het geval zijn dan krijgt de poes een kraagje om of een medical pet shirt aan. Poezen kunnen worden “geholpen” vanaf een leeftijd van ongeveer 5-6 maand.

      ^

  • Dementie
    • Katten in Nederland worden steeds ouder. Dit komt door de betere veterinaire zorg en voeding. Bij oudere katten ziet men steeds vaker gedragsveranderingen. Deze veranderingen kunnen meerdere oorzaken hebben zoals; een hersentumor, verlatingsangst of cognitieve disfunctie. Als alle medische oorzaken uitgesloten zijn kan de diagnose cognitieve disfunctie gesteld worden.

      Wat is het Cognitieve Disfunctie Syndroom (CDS)?
      Deze benaming wordt gegeven bij achteruitgang van de cognitieve functies van oudere katten zonder dat er medische oorzaken voor gevonden worden. Studies wijzen aan dan 28% van de katten tussen de 11 en 14 jaar minstens 1 gedragsverandering ontwikkeld. Bij katten boven de 15 jaar is dit percentage 50%.
      De gedragsveranderingen kunnen bestaan uit:

      • desoriëntatie in ruimte en tijd
      • veranderde interactie met huisgenoten
      • veranderingen in de slaap-waak cyclus
      • onzindelijkheid
      • veranderingen in activiteit
      • vaak en luid miauwen, vooral 's nachts

      Waardoor wordt CDS veroorzaakt?
      De exacte oorzaak is nog niet bekend, maar verminderde bloedtoevoer naar de hersencellen en te veel vrije radicalen in de hersenen spelen waarschijnlijk een belangrijke rol.
      Bij ouderen katten kunnen veranderingen in de hersenen optreden zoals:
      • vermindering van de bloedstroom
      • kleine bloedingen rond de bloedvaten
      • arteriosclerose

      De bloed en zuurstof toevoer kan ook verminderd worden door; hart problemen, anemie, bloedstollingeffecten of hypertensie.

      Behandeling van CDS bij katten
      Er is nog geen behandeling waarvan is bewezen dat deze effectief is. Wel geeft men advies over de voeding, medicatie en om de omgeving aan te passen.

      Omgeving aanpassen
      Verrijking van de omgeving kan groei/ overleving van zenuwen teweeg brengen en cognitieve verbetering geven. Bij honden is er een studie gedaan naar het effect van dieet met antioxidanten/omega 3/vetzuren/mitochondrale co-factoren gecombineerd met het verrijken van de omgeving (speeltjes, kennelgenoot, wandelingen en cognitieve testen). Er bleek een significante verbetering op het gebied van leren en geheugen. Verandering van de omgeving bij katten met klinische verschijnselen van CDS kan een negatief effect hebben. Deze katten kunnen slecht met verandering omgaan en raken gestresst. In ernstige gevallen van CDS is het nuttig de ruimte van de kat te beperken. Bijvoorbeeld tot een kamer waarin alles staat wat ze nodig hebben. Dit zogenaamde ‘core territorium’ kan dan veilig en stabiel gehouden worden. Verandering van de omgeving kan bij katten met klinische verschijnselen van CDS een negatief effect hebben. Toepassing van synthetische feromonen kan helpen.

      Dieet verandering
      Bij honden is studie gedaan naar het effect van bepaalde stoffen in voeding. In de UK is een voedingssupplement verkrijgbaar die na 2 maanden een significante verbetering laat zien met betrekking tot desoriëntatie, sociale interactie en onzindelijkheid. In de UK is dit middel ook voor katten op de markt gebracht. Mensen die de voedingssupplementen aan hun katten gaven zagen na 30 dagen minder symptomen en de katten werden actiever.

      Medicatie
      Bij humane Alzheimer patiënten worden verschillende medicijnen gebruikt. Voor katten met CDS zijn nog geen geneesmiddelen geregistreerd. Er zijn een aantal middelen die worden toegepast bij CDS maar met een wisselend succes. Men moet oppassen met middelen die worden voorgeschreven bij CDS dat de dieren geen metabole of cardiale problemen hebben.

      Denkt u dat uw kat last heeft van CDS laat deze dan eerst onderzoeken door een dierenarts om medische problemen uit te sluiten. De dierenarts zal na de diagnose een behandel plan met u opstellen.

      ^

  • Groeicurve kitten
    • Hier kan u een groeicurve downloaden, waarbij u bij kunt houden of het gewicht van uw kat op maat is en informatie over inenting en ontworming bij kunt houden.

      Groeicurve

      ^

Adres:
Zunabrink 202
7544 DV Enschede
T: 053-4780520
E: info@dierenarts-enschede.nl

Onze praktijk ligt centraal in Enschede-Zuid
met volop parkeergelegenheid.
Routeplanner