• Papagaaienziekte (Chlamydophila psittaci)
    • Verschijnselen van papegaaienziekte bij uw vogel zijn: sloomheid, groene ontlasting met gele urine, slecht eten, bol zitten, ooguitvloeiing ("dik oog", vaak eenzijdig) en hoesten. Papegaaienziekte wordt ook wel chlamydiose, ornithose of psittacose genoemd.
      Er zijn verschillende typen met elk hun eigen gastheervoorkeur.
      Het probleem bij deze aandoening zijn de symptoomloze dragers. Dit zijn vogels die de infectie bij zich dragen zonder ziekteverschijnselen te vertonen. De infectie wordt door deze vogels verspreid via de ontlasting, urine, ooguitvloeiing, neusuitvloeiing en speeksel tijdens stresstoestanden (kweek, vervoer, overbevolking). Het tijdsverschil tussen infectie en ziek worden is erg lang (anderhalve maand tot enkele jaren). De ziekte kan zich op vele manieren uiten, soms is het verloop zeer snel, in andere gevallen zeer langzaam.
      In de (opgedroogde) ontlasting en stof blijft de verwekker zeer lang infectieus.
      Vaak is er sprake van aankoop van een andere vogel.

      Er zijn diverse testen voor papegaaienziekte. Elke test heeft een andere toepassing en nauwkeurigheid.

      • Elisa Sneltest (QuickVue®) op ooguitvloeiing-, gehemeltespleet-, cloacoaswab)
      • Stampkleuring (swab of weefsel)
      • PCR (cloacaswab/conjunctivaalswab)
      • Serologie (Elisa via het bloed)
      • IFT (swab of weefsel)

      Papegaaienziekte kan overgaan op de mens, het is een zoönose. De periode tussen besmetting en ziek worden ligt tussen de 5 en 14 dagen. De verschijnselen lijken op die van griep (koorts, rillerig, hoofdpijn, spierpijn en longontsteking), maar verergeren met het verloop van de tijd.

      De ziekte is vooral gevaarlijk voor zwangere vrouwen en ouderen. De ziekte is goed te behandelen, maar het stellen van de diagnose is niet gemakkelijk. Zeg altijd tegen de huisarts dat u in het bezit bent van papegaaien of parkieten. De ziekte kan overgaan van mens op mens via hoesten.

      Wat te doen als de infectie is vastgesteld door de dierenarts:

      • De behandeling met antibiotica is langdurig (45 dagen).
      • De behandeling verloopt via het voer, het drinkwater of door middel van injecties.
      • Injecties met doxycycline om de week worden vaak gegeven bij individuele dieren.
      • Koppelbehandelingen vinden vaak plaats via het voer (grasparkieten) of water.
      • Alle papegaaiachtigen van de eigenaar moeten behandeld worden.
      • Psittacose is een aangifteplichtige ziekte en moet gemeld worden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
      • De hokken schoonmaken en stof- en ontlastingvrij maken, het is aan te raden hierbij een mondmasker te dragen. Geen hogedrukspuit gebruiken.

      Hoe voorkom je papegaaienziekte:

      • Nieuw aangekochte vogels minimaal 3 weken apart houden van de al aanwezige vogels.
      • Regelmatig de hokken schoonmaken en daarna desinfecteren (bijv. met Halamid 3%, chloorverbindingen of formaline). Goed ventileren.
      • Preventief testen op papegaaienziekte van de nieuwe aankoop (evt. samen met een PBFD-test (snavel- en veerrot)/Polyoma-onderzoek/Bornavirusinfectie (PDD)/geslachtsbepaling).

      ^

  • PBFD
    • PBFD heeft meerdere namen: snavel- en veerrotziekte, circovirusinfectie of kruipers. Circovirusinfecties komen bij vele diersoorten voor. Bij papegaaien en parkieten komen in elk geval de varianten PBFD1 en PBFD2 voor.  Circovirus type 2 is gevonden bij de agapornis, lorie en neophema, vaak zonder noemenswaardige afwijkingen aan de vogels. 

      In Australië komt Circovirus type  1 veel voor bij kaketoes in het wild, via deze vogels is het virus in het verleden over de wereld verspreid. De Grijze roodstaartpapegaai, agapornis, kaketoe, halsbandparkiet en edelpapegaai zijn erg gevoelig voor de infectie.

      Verschijnselen
      De klassieke verschijnselen zijn veermisvormingen (gekrulde veren, afwijkingen van de schacht, opgerolde veren in de schacht) veeruitval, soms afwijkende kleuren van de veren en verlies van veerstof. Ook kan een deel van de snavel afbrokkelen. Er ontstaan steeds nieuwe, afwijkende veren, deze vallen weer uit en uiteindelijk blijft de vogel veerloos. Met een goede verzorging kan de vogel nog jarenlang leven.

      Een heel ander beeld zien we bij  vogels, die op jonge leeftijd besmet worden. Het virus veroorzaakt een afweerstoornis waardoor allerlei infecties (virussen, bacteriën, wormen en schimmels) kunnen optreden. Sterfte kan ook optreden zonder enig verschijnsel. Deze vogels sterven vaak snel, aan de bevedering  zijn geen afwijkingen te zien door het snelle verloop van de ziekte.

      Soms is het onderscheid tussen een vogel met veerverlies door een PBFD-infectie en een plukkende vogel moeilijk, maar veerverlies op de kop van de vogel kan niet veroorzaakt worden door plukgedrag.

      Wijze van verspreiding
      Handopfok van vogels, waarbij de jongen afkomstig zijn van diverse kwekers, is de grootste bron van verspreiding bij huiskamervogels. Bij kwekers is de aankoop van een besmette vogel vaak de oorzaak van  problemen. 

      Besmetting kan optreden via direct contact, veerstof, ontlasting en kropvoeding.  Het virus blijft maandenlang in de omgeving in leven en kan zo via allerlei materialen andere papegaaien en parkieten besmetten. 

      Na besmetting met het virus kan het volgende gebeuren;

      • De vogel overwint het virus. Afweerstoffen kunnen van ouder op jong doorgegeven worden.
      • De vogel kan het virus niet overwinnen en blijft drager van het virus. Tot de vogel sterft blijft deze het virus verspreiden. Dit zijn de symptoomloze dragers.

      Diagnose
      Een PCR test (aantonen van virus DNA) op bloed van de vogel is het meest betrouwbaar. Bij een positieve uitslag is het mogelijk dat de vogel geïnfecteerd is, maar bezig is de infectie te overwinnen. Een positieve uitslag van de PCR test  bij een vogel zonder uitwendige verschijnselen moet dus nogmaals getest worden na drie maanden. Indien de uitslag weer positief is hebben we te maken met een symptoomloze drager (en verspreider van het virus). Bij een negatieve uitslag is de vogel niet meer besmet.

      Een PBFD test kan gecombineerd worden met andere testen, bijvoorbeeld onderzoek naar het geslacht, Polyoma en papegaaienziekte.

      Een probleem bij het testen is dat door alle laboratoria gebruik gemaakt wordt van een PCR-test die alleen de variant PBFD-1 kan aantonen.

      Op dit moment is het niet mogelijk te testen op variant 2. In het verleden is door ons wel getest op PBFD-2 bij een kweker van agapornissen, hierbij bleek deze variant bij de agapornis regelmatig voor te komen. Positieve vogels hebben een normale bevedering, maar huidontstekingen zijn wel vaak aanwezig.

      Behandeling
      Tot op heden is er geen behandeling mogelijk. Bij een goede verzorging kunnen vogels met de chronische vorm met nog jarenlang in leven blijven, ondertussen scheiden ze het virus  wel uit. Deze vogels moeten geïsoleerd van andere vogels  gehouden worden.

      Preventie
      Er is nog geen vaccin ontwikkeld tegen PBFD.

      ^

Adres:
Zunabrink 202
7544 DV Enschede
T: 053-4780520
E: info@dierenarts-enschede.nl

Onze praktijk ligt centraal in Enschede-Zuid
met volop parkeergelegenheid.
Routeplanner